De jaren zestig
De wederopbouw wordt afgesloten, al blijft de woningnood nog schrijnend. In Nederland komt een einde aan de geleide loonpolitiek, en de ene loongolf volgt op de andere. Geleidelijk aan doen koelkast, wasmachine, telefoon, televisie en auto hun intrede in de huishoudens.
Televisie
De intrede van de televisie veroorzaakt een complete verandering in het interieur. De (eet)tafel met de lamp erboven verdwijnt als het centrale punt van de huiskamer. Nieuw centrum is het bankstel, waarvan alle componenten gericht staan op het middelpunt: het TV-toestel.
In de tweede helft van het decennium komt er een tweede net. Met als gevolg dat het gezin moet kiezen: Nederland 1 of Nederland 2: de Rudi Carrell Show of een natuurfilm?
Het satirische programma van de VARA, Zo is het toevallig ook nog eens een keer vergelijkt de beeldcultuur met een godsdienst. Dit leidt tot heftige reacties. Vooral Mies Bouwman, bekend van Open het Dorp, moet het ontgelden.
Wetenschap en Techniek
De meest in het oog springende ontwikkeling is ongetwijfeld de ruimterace tussen de VS en de Sovjet-Unie met als hoogtepunt de eerste Maanlanding. De eerste kleurentelevisie en hifi-radio. De eerste IC's worden ontwikkeld wat de rekenmachine binnen bereik van (vooralsnog rijke) particulieren brengt.
Dekolonisatie
In de jaren zestig werden in hoog tempo de meeste overblijvende kolonies, vooral in Afrika, onafhankelijk. Met de onafhankelijkheid kwamen echter ook nieuwe problemen: veel landen werden al snel politiek instabiel en bendeleiders, legerleiders en zelfbenoemde ¨volksvertegenwoordigers¨ streden om de macht. Het resultaat was meestal dat een dictatuur werd gevestigd in de voormalige kolonie waarbij de potentiële rijkdommen van het land in de zakken verdwenen van de dictator en zijn kliek. Het ironische van deze zakkenvullerij is dat de gestolen rijkdommen nu bijna geheel naar westerse banken, beleggingsfondsen en groeimarkten gesluisd werden. De inheemse bevolking was veelal slechter af onder hun inheemse dictators dan onder het voormalige koloniale bewind want vaak werden toen de winsten die in het land gemaakt werden weer geïnvesteerd in infrastructuur en objecten als ziekenhuizen en scholen in de kolonie zelf wat dan ook de inheemsen ten goede kwam.
Ook waren de grenzen tussen de nieuwe landen nog de oude koloniale grenzen, die vaak weinig of niets te maken hadden met de verdeling van de diverse bevolkingsgroepen over het gebied wat dan bijna onvermijdelijk tot spanningen tussen deze verschillende bevolkingsgroepen leidde. In bijvoorbeeld Congo (Leopoldville) probeerde de provincie Katanga zich onafhankelijk te maken, en kwam het tot een burgeroorlog. Wellicht nog bloediger was de Biafra-oorlog tussen Nigeria en de opstandige provincie Biafra (1967-1970).
Oorlog in Vietnam
Vietnam was na de onafhankelijkheid verdeeld in een noordelijk en een zuidelijk deel. Het noordelijke deel was communistisch, het zuidelijke deel was pro-Amerikaans. De verdeling was oorspronkelijk bedoeld tijdelijk te zijn, tot verkiezingen hadden plaatsgevonden, maar geen van beide helften leek van zins deze daadwerkelijk doorgang te doen vinden. Wel was er in het zuiden een communistische guerrillagroep, bekend in het westen als de Vietcong.
De Amerikanen stuurden 'militaire adviseurs' naar Zuid-Vietnam, en raakte geleidelijk aan steeds meer betrokken in de oorlog. Uiteindelijk werd in 1964 de Amerikaanse aanwezigheid op grote schaal opgevoerd, met zowel grondtroepen als grootschalige luchtsteun. Ondanks steeds hardere militaire acties, slaagden Amerikanen en Zuid-Vietnamezen er niet in om de tegenstander echt terug te drijven.
In de Verenigde Staten ontstond er ook weerstand tegen de oorlog. Sommigen, vooral jonge linkse mensen, achtten de oorlog een foute inmenging in een binnenlands conflict. Hiertegenover stelde de gevestigde orde de dominotheorie: Als Vietnam communistisch werd, zouden vervolgens een voor een ook de andere landen in de regio volgen. Daarnaast waren er problemen wegens de vele doden die de oorlog eiste, het schijnbare gebrek aan vooruitgang, en berichten van ernstige mensenrechtenschendingen (zoals het bloedbad van My Lai) door de Amerikanen en Zuid-Vietnamezen.
Richard Nixon trachtte de Amerikanen geleidelijk uit Vietnam terug te trekken, maar het duurde nog tot in 1973 een vredesakkoord werd getekend, voor de Amerikaanse militairen daadwerkelijk uit Vietnam vertrokken. Intern ging de oorlog echter verder, en in 1975-1976 werd Zuid-Vietnam door de Noord-Vietnamezen veroverd, waarna het land onder een communistische regering verenigd werd.
Popmuziek
In de eerste jaren zijn rustigere varianten van de rock-'n-roll toonaanggevend, met name Cliff Richard & The Shadows en Helen Shapiro uit Engeland en Conny Francis en Wanda Jackson uit de USA.
De opkomst van de beatmuziek uit Engeland, met voorop Beatles, de Yardbirds, de Rolling Stones en de Hollies.
De protestzangers: Bob Dylan, Donovan, Joan Baez, Melanie en in Nederland Boudewijn de Groot.
De bloei van de Undergroundmuziek van de Doors, Steppenwolf, Led Zeppelin, de Velvet Underground, Pink Floyd, Frank Zappa en de Mothers of Invention
Andere gebeurtenissen in de jaren '60
Snelle economische groei in het westen; opkomst van Japan als economische grootmacht
Succes van de burgerrechtenbeweging in de Verenigde Staten. President Lyndon Johnson ondertekent in 1964 de 'Civil Rights Act'. Maar er zijn in de steden toenemende spanningen en botsingen tussen zwarten en de politie. En in de zuidelijke staten pleegt de Ku Klux Clan aanslagen op zwarte burgers die gebruik willen maken van hun verworven burgerrechten. Uiteindelijk wordt in 1968 de leider van de burgerrechtenbeweging, Martin Luther King, in Memphis vermoord.
Jongerencultuur, studentenrevolte, provo, flower power
in 1968 breekt de Hongkonggriep uit die tot 1970 ongeveer 1 miljoen mensen het leven kost
Tweede Vaticaans Concilie
Flower power
Flower power was in de jaren 60 een jeugdcultuur afkomstig uit Amerika. De term zou voor het eerst zijn gebruikt door de dichter Allen Ginsberg in 1965. Een eerste begin ontstond op de campus van de universiteit van Californië en speciaal in San Francisco waar de popgroep The Doors een eerste begin maakte. De beweging kwam op stoom toen de Beatles zich ermee identificeerden en hun album Sgt Peppers Lonely Heartsclub Band uitkwam. De mensen die "flowerpowerden" werden ook wel hippies genoemd. Ze leefden in communes, rookten wiet, dronken thee en luisterden naar psychedelische muziek. Ze boden protest tegen oorlog. De musical Hair geeft een goed beeld van de weerstand tegen de oorlog in Vietnam. Ze geloofden ook dat je in harmonie met de natuur moet leven. Het was een open manier van leven die vaak niet gewaardeerd werd door ouderen. In deze tijd was Amsterdam het magisch centrum van de wereld, hoewel wiet en hasj hier nog niet gedoogd werden. Er werd ook LSD gebruikt maar verder waren er geen harddrugs, zelfs nauwelijks alcohol.
Flower power drukte zich ook uit in de kleding: fleurige patronen en kleuren, haarbanden, slippers, ruwkatoenen hemden, wijdvallende kleding (vaak naar Indiase snit), of juist superstrakke kleding: de hotpants en de minirok deden hun intrede om de onafhankelijkheid van de vrouw te benadrukken.
De jaren zeventig
De jaren zeventig kunnen worden getypeerd als een periode van consolidatie van de naoorlogse welvaart. Luxegoederen als de auto, de televisie en vakanties in het buitenland, zijn voor veel mensen bereikbaar geworden.
Nederland
Als trend manifesteert zich een zekere huiselijkheid. Huiskamers worden opgetuigd met gehaakte versieringen (macramé), visnetten, zitzakken en rieten matten. Na de minirok komt de maxirok weer in zwang. Bruin, paars en oranje zijn modekleuren.[1][2] In de woningbouw en op straat ziet men ook nieuwe vormen: de bloemkoolwijk doet zijn intrede (later de 'nieuwe truttigheid' genoemd). Woningen worden dicht opeen gebouwd in soms grillige straatpatronen. Zo komen er overal woonerven waar de voetganger het nu eens voor het zeggen heeft en de auto gast is. Buurtcomités dwingen dat bij soms onwillige gemeentebesturen af door actie (toen gespeld als aksie) te voeren. Men gaat meer nadenken over het milieu, afvalscheiding en aparte glasinzameling komen opzetten en ook dat valt in de openbare ruimte te merken.
In deze periode is ook, als voortzetting van ontwikkelingen in de jaren zestig, veel belangstelling voor vernieuwing, inspraak en progressieve politiek merkbaar. Er werd evenwel ook gesproken over de 'matheid' van de jaren zeventig, in vergelijking met de als hoogtepunt ervaren jaren zestig. Er worden talloze protestdemonstraties gehouden over allerlei onderwerpen en tegen allerlei regimes, waar ook in de wereld. De televisie haakt gretig op al deze ontwikkelingen in (VARA, VPRO). Er zijn 'grensverleggende' programma's op tv die willen breken met de bestaande 'burgerlijke' cultuur (o.a. van Wim T. Schippers). Er zijn ook tegengestelde ontwikkelingen: de nieuwe en groeiende omroepen TROS, die juist op conventioneel amusement en politiek rechts gericht is, en de EO met vooral 'verkondigende' programma's, die eind jaren zestig was opgericht, omdat de algemeen protestantse NCRV teveel verwaterd zou zijn. Jongeren krijgen in de jaren zeventig duidelijk een stem. In 1973 neemt het parlement de zogenaamde Anti-Veronica wet aan. Deze wet verbiedt het in werking hebben van zendinstallaties aan boord van schepen en vliegtuigen en de medewerking aan omroepinstellingen die als doel hebben om radio- en of televisieprogramma's te doen uitzenden vanuit schepen en vliegtuigen. Het aannemen van deze wet betekent het einde van de zeer populaire zeezenders welke vanaf schepen buiten de territoriale wateren radioprogramma's verzorgen onderbroken door reclameboodschappen. Deze wet treedt in werking op 1 september 1974 om 00.00 uur en heeft tot gevolg dat de zeezenders Radio Veronica en Radio Noordzee Internationaal reeds op 31 augustus 1974 om respectievelijk 18.00 uur en 20.00 uur haar uitzendingen staken. Alleen Radio Mi Amigo en Radio Caroline besluiten om de wet naast zich neer te leggen en door te gaan met uitzenden.
De zorg voor het milieu manifesteert zich door het Rapport van de Club van Rome (1972), dat waarschuwt voor het opraken van fossiele brandstoffen. Door politieke oorzaken lijkt dat ineens actueel als Nederland in 1973 wordt geconfronteerd met de oliecrisis en de auto een zondag moet laten staan.
Kerk
De Nederlandse kerkprovincie in de rooms-katholieke Kerk wordt stap voor stap weer in het gareel van Rome gebracht. De vrijgekomen bisschopszetels van Rotterdam en Roermond worden in 1971 en 1972 bezet door de conservatieve bisschop Ad Simonis en de reactionaire bisschop Joannes Gijsen. De adviezen van de kathedrale kapittels werden daarbij genegeerd. Hierdoor ontstaat tweespalt in de Nederlandse bisschoppenconferentie. Als het hoofd van de kerkprovincie kardinaal Alfrink terugtreedt, wordt de Nederlandse curiekardinaal Willebrands gestuurd om een totale breuk te voorkomen. Bij dit alles is de rol van de leek, zoals in het Landelijk Pastoraal Concilie, uitgespeeld.
België
In 1970 begint het proces van staatshervorming, dat in vier stappen zal leiden tot een federale structuur. In 1980 worden drie taalgemeenschappen in het leven geroepen: de Nederlandse in het noorden, de Franse in het zuiden en de Duitse in het oosten.
Economie
In het begin van de jaren '70 leek inflatie nog een bedreiging, maar de oliecrisis van 1973 zou een schaduw werpen op het gehele decennium. Het zorgde definitief voor een einde van een groot deel van de Nederlandse industrie; DAF werd deels overgenomen door Volvo. Ook andere takken werden hard geraakt door de crisis. Een tweede crisis en een rapport wierp een schaduw over het leven van velen. Voorspeld werd dat de olievoorraden snel zouden opraken.
De auto-industrie van de VS werd op haar knieën gedwongen door goedkope Japanse import, die zuiniger auto's leverde. De VS reageerde, maar erg laat. Het toch al erg verlengde leven van auto's als de Volkswagen Kever en Citroën 2CV werd nog langer uitgerekt door de gegroeide vraag. Het was een periode waarin veel automerken verdwenen, zoals een groot deel van de Britse auto-industrie. Citroën gaat failliet en fuseert met Peugeot. Ook vele kleinere sportwagenmerken moesten de deuren sluiten door de introductie van een nieuw fenomeen: de hete hatchback, gepioneerd door Volkswagen met haar Golf GTI. De terreinauto werd op de civiele markt geïntroduceerd, vooral de Range Rover zou het goed doen.
|