In zijn tijd gebeurde er de volgende gebeurtenissen:
1730;
De aardappel wordt in ons land geïntroduceerd, een Zuid-Amerikaans product.
1731;
De paalworm teistert ons land, de worm vreet de palen in onze dijken op, een nieuwe ramp voltrekt zich bij het opkomende water. Hierna wordt besloten stenen en zwefkeien voor de dijken te gebruiken.
1734;
Willem IV van Oranje-Nassau (1711-1751), Prins van Oranje, trouwt met Prinses Anne van Engeland en Hannover (1743-1759). Toen hij na zijn huwelijk op zijn reis naar Leeuwarden een stop maakte in Amsterdam, kwam geen enkele Burgermeester hun verwelkomen.
1736;
Op 19 december 1736 wordt de dochter van Willem IV van Oranje-Nassau (1711 -1751) en Prinses Anne van Engeland en Hannover (1743-1759) doodgeboren. Op 22 december wordt het begraven in het familiegraf in de Nieuwe Kerk te Delft.
1739;
De Spaans-Engelse koloniale oorlog breekt uit.
1740;
Keizer Karel VI van Oosterijk zorgde dat de Belgische buffer tussen Frankrijk en de Republiek de Nederlanden gehandhaafd bleef en was dus een belangrijke bondgenoot. Het was dan ook een aanloop tot een Europese oorlog toen Keizer Karel VI van Oosterijk overleed. De Europese oorlog werd ook in de koloniën uitgevochten en de handel kwam in een diep dal terecht.
Een strenge winter zorgt voor hongersnood. De winter valt al vroeg in de herfst van 1739. In de Achterhoek en Brabant wordt de bevolking geplaagd door hongerige wolven.
1741;
Nederland bouwt een nieuwe nederzetting tussen Berbice en Essequibo en noemde het Demerara.
1742;
De geboorte van Joan Cornelis van der Hoop (1742-1825). Marinebestuurder voor erf-Stadhouder Prins Willem V van Oranje-Nassau en Koning Willem I Frederik, Prins van Oranje-Nassau. Joan Cornelis van der Hoop (1742-1825) heeft tussen 1781 en 1825 (met uitzondering van de Bataafs-Franse tijd) zijn stempel gedrukt op de Nederlandse marine. In 1815 werd hij onder Willem I minister voor de Marine. Van der Hoop was zeer ijvering en hij hield zich bezig met de kleinste details. Hij las alle stukken kritisch, stelde vragen en deed suggesties ter verbetering. Tot tweemaal toe, in 1781 en 1813, zag hij er niet tegenop om een vervallen en in diskrediet geraakte marine op orde te brengen. Hij hechtte sterk aan harmonische verhoudingen binnen de marine, zij het dat hij dit principe wel eens liet prevaleren wanneer een krachtdadiger optreden geboden was. Wanneer hij doortastender was geweest, dan zou hij de bevrijding van de Fransen in 1813 op zijn naam hebben gebracht. Nu was het Gijsbert Karel van Hogendorp (1762-1834) die in 1813, opererend vanuit het veiliger Den Haag, een plaats in de geschiedenisboeken kreeg als nationaal bevrijder. Het eerbewijs voor Van der Hoop reikt niet verder dan een naar hem vernoemde straat in Amsterdam.
1746; Anthony van Hoboken
Omstreeks deze tijd wordt de latere Rotterdamse havenbaron Anthony van Hoboken geboren. Hij wist zij vloot op te bouwen tot 24 schepen die in dienst van de (NHM) Nederlandse Handel Maatschappij (1824) waren. De schepen werden op eigen werf gebouwd. Het Natuurmuseum in Rotterdam was het voormalig landhuis van Anthony van Hoboken (1756-1850).
1746; De Fransen rukken op:
De Fransen stoppen niet in hun opmars een steken de grens over en veroverden Staats-Vlaanderen en gingen verder naar Staats-Brabant.
Willem IV van Oranje-Nassau (1711-1751), Prins van Oranje, inmiddels Stadhouder van Friesland (1711), Groningen (1718), Drenthe en Gelderland (1722), moest toezien hoe Maastricht en zijn Breda door de Fransen werden ingenomen. Klagende officieren kon hij alleen een luisterend oor bieden, hij was immers geen Kapitein-generaal van het Staatse leger. Willem IV van Oranje -Nassau en zijn vrouw Anna van Engeland en Hannover waren geen geziene gasten bij de Staten in Holland. Dit was begrijpelijk gezien de tegenstellingen tussen Engeland en de Republiek, maar tegelijkertijd was het tragisch om te zien dat de Fransen het land veroverde. De Republiek hield liever de touwtjes in eigen hand, maar zag dat dit ook niet langer meer kon.
1747; Stadhouder Willem IV van Oranje-Nassau:
De Staten van de Republiek der Nederlanden waren ten einde raad toen er vanuit Staats-Vlaanderen stromen met vluchtelingen naar Zeeland en Holland kwamen. Deze vertelden gruwelijke verhalen over wat de Fransen allemaal uitspookten. In Zierikzee stelden de predikanten, om het volk gerust te stellen, uit het naam van het volk, nieuwe regenten aan. Dit was een start van een nieuw begin . De Zeeuwse Statenvergadering benoemde op 28-04-1647 Karel Hendrik Friso (1711-1751) tot Stadhouder Willem IV van Oranje-Nassau. Op 10 Mei verliet hij zijn moeder Maria Louise van Kassel te Leeuwarden, dit omdat Holland, Utrecht en Overijssel het voorbeeld van Zeeland volgde.
Het volk was in verwarring over wie nu de touwtjes in handen had, dit was aanleiding tot oproer en relletjes.
De Fransen trokken zich hier weinig van aan en namen Ieper, Namen, Sluis en Hulst zonder slag of stoot in. De als onneembare vesting beschouwde vesting, met de leus;'Merck toch hoe sterck', viel na een kort bombardement. De bejaarde commandant Cronstrom vluchtte zijn garnizoen achterna.
Het bericht over deze nederlaag wakkerde de volkswoede flink aan, relletjes groeiden uit tegen een opstand tegen het weifelende gezag. In Groningen en Friesland moesten de boeren passagegeld betalen bij het verweiden van hun weilanden op de grenzen. Nou hier hadden ze schoon genoeg van en ze vernielden het tolhek en staken de boel in de fik. Dit was het sein tot een massa beweging.
1748; Oproer in Groningen na geboorte Willem V:
In maart brak er een oproer uit in Groningen toen de geboorte van een Prins van Oranje, de latere Prins Willem V, werd afgekondigd. Het huis van Burgermeester Geertsema werd vernield, Ommelander boeren die al enige tijd in onmin leefden met het stadsbestuur, trokken met knotsen en stokken de stad in op zoek naar Lewe van Aduard. De magistraat moest voldoen aan de eis van de burgers; Het Stadhouderschap erfelijk verklaren. Onrust was er ook in Friesland, daar moesten de controleurs der belastingpachters het ontgelden. In Harlingen kwamen de schippers in opstand, zij trokken onder begeleiding van tamboers naar Leeuwarden. De Prins veraste vriend en vijand door er 3 regimenten uit Overijssel erna toe te sturen, dit om de rust te herstellen.
Overal, van noord tot zuid waren er opstanden uitgebroken, uit angst voor het volk, werd overal de Prins van Oranje erkent als Stadhouder. De Prins Willem Willem IV van Oranje-Nassau beschikte over een grotere bestuurlijke macht dan zijn voorgangers. Toen de Stadhouder in Amsterdam aankwam om de rust te herstellen, schemerde het oranje voor de ogen. 's Avonds drongen een groep mensen zijn verblijf binnen en eiste onmiddellijke hervormingen.
In Aken waren de vredesonderhandelingen begonnen tussen de Republiek, Engeland en Frankrijk. De republiek kreeg het oude grondgebied terug. Ondertussen had de Stadhouder Willem Willem IV van Oranje-Nassau de grootste moeite om de losgeslagen krachten binnen de Republiek onder controle te houden. Hij zocht hulp bij Hertog Lodewijk Ernst van Brunswijk-Wolfenbuttel, die voor 60.000 gulden het Gouveneurschap van 's Hertogenbosch op zich nam. Hoe negatief deze Hertog ook beschreven werd, was hij degene die de fakkel van het Oranjegezag brandende moest houden na de dood van Willem Willem IV van Oranje-Nassau in oktober 1751.
1749;
De VOC en GWC stellen Prins Willem IV aan tot Opper-directeur en Opper -Gouverneur.
1750; Laurens Storm van Gravesande
In 150 reisde Laurens Storm van Gravesande af van Demerara (Brits-Guyana) naar Nederland waar hij door de Verenigde West-Indische Compagnie tot Directeur -Generaal van Demerara en Essequibo werd benoemd. Zijn zoon Jonathan, die meegereisd was, werd benoemd tot Gouverneur van Demerara. Jonathan koos het eiland Borsselen tot hoofdstad maar dit was van korte duur want hij overleed in 1761.
Zijn vader Laurens Storm van Gravesande trad af als Directeur-generaal in 1772 en stierf 3 jaar daarna.
1751;
Op 22 october 1751 in 's Gravenhage overleed Prins Willem IV van Oranje-Nassau . Op 4 februari 1752 wordt hij begraven in de Nieuwe kerk te Delft.
1756; De Zevenjarige Land- en Zeeoorlog
Toen in 1756 de Zevenjarige Land- en Zeeoorlog (1756-1763) begon leed de handel in de Republiek grote schade. Kooplieden vroegen om konvooien voor hun vloot, dit werd geweigerd. Met de zaken van de V.O.C. ging het ook slecht.
De landoorlog was een reactie op de nederlagen van Oostenrijk (Maria Theresia) en de machtsontplooiing van Pruisen onder Frederik II, die Silezië aan Habsburg had ontnomen (daarom wordt ook wel gesproken van de Silezische Oorlog).
De zeeoorlog was een gevolg van de toegenomen spanning tussen Frankrijk en Groot-Brittannië, die in Voor-Indië en in Noord-Amerika tegenover elkaar stonden. Pruisen fungeerde voor Groot-Brittannië in deze oorlog als ‘vastelandsdegen’.
Ook buiten Europa, in Amerika, werd veel gevochten en Frankrijk leed grote verliezen daar, de Engelsen trokken ook Canada binnen.
Paulus van Hemert (1756-1825), Nederlands wijsgeer en theoloog, hij verbreidde de Kantiaanse filosofie in Nederland; Beginsel der Kantiaanse wijsbegeerte (1796-1798).
1757-1758; De Witten-oorlog:
Een (penne)strijd tussen de Orangisten en de Staatsgezinde over de daden en waardering van de gebroeders de Witt. Hieruit blijkt dat vele van de Prins stadhouder af willen.
1759; Prinses Anne sterft:
Prinses Anne van Engeland en Hannover (1743-1759) de weduwe van Willem IV van Oranje-Nassau (1711-1751), Prins van Oranje , sterft, iets wat niet door het volk betreurd werd. Haar lichaam werd met statie bijgezet in de Stadhouderlijke grafkelder in Delft, dit met alle pracht en praal. De 11 jarige Prins van Oranje komt onder voogdij van de Hertog van Brunswijk -Wolfenbuttel, de gouverneur van 's Hertogenbosch. De Prins werd onderwezen door Professor Weyts. De Hertog streek voor zijn voogdijschap een honderdduizend gulden per jaar op.
1761; Rutger Jan Schimmelpenninck:
Op 31 October wordt Rutger Jan Schimmelpenninck (1761-1825) in Deventer geboren. Rutger Jan Schimmelpenninck was rechtsgeleerde en in Amsterdam en werd actief als lid van de Patriotten, Comité van de Revolutie, in 1794. Hij was hoofd van het Comité toen in 1795 Nederland ontdaan werd van Prins Willem V of Oranje, deze vluchtte naar Engeland.
Rutger Jan Schimmelpenninck was ook (gekozen) afgevaardigde voor de Nationale Vergaderingen in 1796 en 1797.
Na de Coup in 1798 wordt Rutger Jan Schimmelpenninck door Napoleon Bonaparte I aangesteld als Ambassadeur van Frankrijk (1798-1802) waar hij het vertrouwen van Napoleon Bonaparte I won.
Van 1802/1803 was hij actief als Ambassadeur van Engeland tot de oorlog tussen Frankrijk en Engeland uitbrak, hij probeerde tevergeefs de neutraliteit van de Republiek te bewaren.
Wanneer Napoleon Bonaparte I een verandering van regering aankondigdt wordt Rutger Jan Schimmelpenninck tot hoofd van het Gouvernement en Raadspensionaris van de inmiddels Bataafse Gemenebest gemaakt. In 1 jaar hervormt hij het belastingsstelsel en het onderwijs. Alle soorten onderwijs worden toegestaan, Joods, Katholiek enz.
In 1806 gooit Keizer Napoleon Bonaparte I het roer weer om en maakt van de Bataafse Gemenebest een Koninkrijk met zijn broer Lodewijk Napoleon Bonaparte als Koning. Hierop trekt Rutger Jan Schimmelpenninck (1761-1825), zich terug uit de regering. Later in dat jaar benoemdt Keizer Napoleon Bonaparte I de voormalige Raadspensionaris en Ambassadeur Rutger Jan Schimmelpenninck tot Baron van het Franse Rijk. In 1811 wordt hij in Parijs benoemd tot Senator. Toen hij in 1813 weer naar Nederland kwam diende hij nog van 1815-1821 in de Eerste Kamer als Senator. Rutger Jan Schimmelpenninck stierf op 15 Februari 1825 te Amsterdam.
1762;
Op 27 mei 1762 overleed George Willem Belgicus van Nassau-Weilburg. Hij was de oudste zoon van Karl Christiaan van Nassau-Weilburg (1735-1788), Vorst van Nassau-Weilburg en Prinses Carolina, de dochter van Prins Willem IV van Oranje-Nassau. George Willem Belgicus wordt op 1 juni 1762 begraven in het familiegraf van de Oranje-Nassau's in de Nieuwe Kerk te Delft.
1763; Werkloosheid
De handel ligt bijna stil en er heerst een grote werkloosheid, dit zorgt voor onrust onder de bevolking.
1766; de Acte van Consulentschap:
Willem V van Oranje-Nassau bindt zich met handen en voeten aan de Hertog van Brunswijk-Wolfenbuttel, gouverneur van 's Hertogenbosch, door het tekenen van de Acte van Consulentschap. Hierdoor was de Hertog niet meer verantwoordelijk maar stond de Prins met raad en daad bij.
1767; Prinses Wilhelmina von Hohenzollern trouwt met Willem V Oranje Nassau:
Op 7 augustus 1751 wordt Prinses Wilhelmina Hohenzollern, Prinses van Pruisen te Berlijn geboren. Zij trouwde op 4 oktober 1767 te Berlijn met Willem V Oranje Nassau (1748-1806). Ze kregen 3 kinderen: Louise Frederike (1770), Willem I Frederik (1772) en Frederik (1774).
1776;
In Nederland worden vele armenhuizen gesticht, dit is slechts een druppel op de gloeiende plaat, de handel ligt volkomen plat.
Engeland stuurt een leger met huurlingen naar Amerika om de daar aanwezige kolonisten te onderdrukken en de belastingen te innen voor hun oorlogen. De strijd die daarop volgde zorgde ervoor dat alle dertien kolonies zich onafhankelijk verklaarde op 4 juli 1776. Dit is de Decleration of Independence. Hieruit volgd de 7 jaren durende Onafhankelijkheids oorlog (1776-1783).
|