Willem IV van Oranje-Nassau (1711-1751), Prins van Oranje, inmiddels Stadhouder van Friesland (1711), Groningen (1718), Drenthe en Gelderland (1722), moest toezien hoe Maastricht en zijn Breda door de Fransen werden ingenomen. Klagende officieren kon hij alleen een luisterend oor bieden, hij was immers geen Kapitein-generaal van het Staatse leger. Willem IV van Oranje -Nassau en zijn vrouw Anna van Engeland en Hannover waren geen geziene gasten bij de Staten in Holland. Dit was begrijpelijk gezien de tegenstellingen tussen Engeland en de Republiek, maar tegelijkertijd was het tragisch om te zien dat de Fransen het land veroverde. De Republiek hield liever de touwtjes in eigen hand, maar zag dat dit ook niet langer meer kon.
1747; Stadhouder Willem IV van Oranje-Nassau:
De Staten van de Republiek der Nederlanden waren ten einde raad toen er vanuit Staats-Vlaanderen stromen met vluchtelingen naar Zeeland en Holland kwamen. Deze vertelden gruwelijke verhalen over wat de Fransen allemaal uitspookten. In Zierikzee stelden de predikanten, om het volk gerust te stellen, uit het naam van het volk, nieuwe regenten aan. Dit was een start van een nieuw begin . De Zeeuwse Statenvergadering benoemde op 28-04-1647 Karel Hendrik Friso (1711-1751) tot Stadhouder Willem IV van Oranje-Nassau. Op 10 Mei verliet hij zijn moeder Maria Louise van Kassel te Leeuwarden, dit omdat Holland, Utrecht en Overijssel het voorbeeld van Zeeland volgde.
Het volk was in verwarring over wie nu de touwtjes in handen had, dit was aanleiding tot oproer en relletjes.
De Fransen trokken zich hier weinig van aan en namen Ieper, Namen, Sluis en Hulst zonder slag of stoot in. De als onneembare vesting beschouwde vesting, met de leus;'Merck toch hoe sterck', viel na een kort bombardement. De bejaarde commandant Cronstrom vluchtte zijn garnizoen achterna.
Het bericht over deze nederlaag wakkerde de volkswoede flink aan, relletjes groeiden uit tegen een opstand tegen het weifelende gezag. In Groningen en Friesland moesten de boeren passagegeld betalen bij het verweiden van hun weilanden op de grenzen. Nou hier hadden ze schoon genoeg van en ze vernielden het tolhek en staken de boel in de fik. Dit was het sein tot een massa beweging.
1748; Oproer in Groningen na geboorte Willem V:
In maart brak er een oproer uit in Groningen toen de geboorte van een Prins van Oranje, de latere Prins Willem V, werd afgekondigd. Het huis van Burgermeester Geertsema werd vernield, Ommelander boeren die al enige tijd in onmin leefden met het stadsbestuur, trokken met knotsen en stokken de stad in op zoek naar Lewe van Aduard. De magistraat moest voldoen aan de eis van de burgers; Het Stadhouderschap erfelijk verklaren. Onrust was er ook in Friesland, daar moesten de controleurs der belastingpachters het ontgelden. In Harlingen kwamen de schippers in opstand, zij trokken onder begeleiding van tamboers naar Leeuwarden. De Prins veraste vriend en vijand door er 3 regimenten uit Overijssel erna toe te sturen, dit om de rust te herstellen.
Overal, van noord tot zuid waren er opstanden uitgebroken, uit angst voor het volk, werd overal de Prins van Oranje erkent als Stadhouder. De Prins Willem Willem IV van Oranje-Nassau beschikte over een grotere bestuurlijke macht dan zijn voorgangers. Toen de Stadhouder in Amsterdam aankwam om de rust te herstellen, schemerde het oranje voor de ogen. 's Avonds drongen een groep mensen zijn verblijf binnen en eiste onmiddellijke hervormingen.
In Aken waren de vredesonderhandelingen begonnen tussen de Republiek, Engeland en Frankrijk. De republiek kreeg het oude grondgebied terug. Ondertussen had de Stadhouder Willem Willem IV van Oranje-Nassau de grootste moeite om de losgeslagen krachten binnen de Republiek onder controle te houden. Hij zocht hulp bij Hertog Lodewijk Ernst van Brunswijk-Wolfenbuttel, die voor 60.000 gulden het Gouveneurschap van 's Hertogenbosch op zich nam. Hoe negatief deze Hertog ook beschreven werd, was hij degene die de fakkel van het Oranjegezag brandende moest houden na de dood van Willem Willem IV van Oranje-Nassau in oktober 1751.
1749;
De VOC en GWC stellen Prins Willem IV aan tot Opper-directeur en Opper -Gouverneur.
1750; Laurens Storm van Gravesande
In 150 reisde Laurens Storm van Gravesande af van Demerara (Brits-Guyana) naar Nederland waar hij door de Verenigde West-Indische Compagnie tot Directeur -Generaal van Demerara en Essequibo werd benoemd. Zijn zoon Jonathan, die meegereisd was, werd benoemd tot Gouverneur van Demerara. Jonathan koos het eiland Borsselen tot hoofdstad maar dit was van korte duur want hij overleed in 1761.
Zijn vader Laurens Storm van Gravesande trad af als Directeur-generaal in 1772 en stierf 3 jaar daarna.
1751;
Op 22 october 1751 in 's Gravenhage overleed Prins Willem IV van Oranje-Nassau . Op 4 februari 1752 wordt hij begraven in de Nieuwe kerk te Delft.
1756; De Zevenjarige Land- en Zeeoorlog
Toen in 1756 de Zevenjarige Land- en Zeeoorlog (1756-1763) begon leed de handel in de Republiek grote schade. Kooplieden vroegen om konvooien voor hun vloot, dit werd geweigerd. Met de zaken van de V.O.C. ging het ook slecht.
De landoorlog was een reactie op de nederlagen van Oostenrijk (Maria Theresia) en de machtsontplooiing van Pruisen onder Frederik II, die Silezië aan Habsburg had ontnomen (daarom wordt ook wel gesproken van de Silezische Oorlog).
De zeeoorlog was een gevolg van de toegenomen spanning tussen Frankrijk en Groot-Brittannië, die in Voor-Indië en in Noord-Amerika tegenover elkaar stonden. Pruisen fungeerde voor Groot-Brittannië in deze oorlog als ‘vastelandsdegen’.
Ook buiten Europa, in Amerika, werd veel gevochten en Frankrijk leed grote verliezen daar, de Engelsen trokken ook Canada binnen.
Paulus van Hemert (1756-1825), Nederlands wijsgeer en theoloog, hij verbreidde de Kantiaanse filosofie in Nederland; Beginsel der Kantiaanse wijsbegeerte (1796-1798).
1757-1758; De Witten-oorlog:
Een (penne)strijd tussen de Orangisten en de Staatsgezinde over de daden en waardering van de gebroeders de Witt. Hieruit blijkt dat vele van de Prins stadhouder af willen.
1759; Prinses Anne sterft:
Prinses Anne van Engeland en Hannover (1743-1759) de weduwe van Willem IV van Oranje-Nassau (1711-1751), Prins van Oranje , sterft, iets wat niet door het volk betreurd werd. Haar lichaam werd met statie bijgezet in de Stadhouderlijke grafkelder in Delft, dit met alle pracht en praal. De 11 jarige Prins van Oranje komt onder voogdij van de Hertog van Brunswijk -Wolfenbuttel, de gouverneur van 's Hertogenbosch. De Prins werd onderwezen door Professor Weyts. De Hertog streek voor zijn voogdijschap een honderdduizend gulden per jaar op.
|