|
Storm(e), Stormme, Storm(en)s, De Storme, Stourme, Sturm(e), Sturms
1. Beroepsnaam voor de luider van de stormklok.
2. Bijnaam naar een stormachtig karakter,
3. Patroniem uit de Germaanse voornaam Sturm(i).
Een aantal eeuwen geleden droeg ieder persoon slechts één naam.
Deze naam duidde op een bepaalde eigenschap van die persoon of op een bepaalde geboortewens.
Soms werden er wel bijnamen gegeven, ter onderscheiding met andere gelijknamige personen.
Deze bijnaam, die iemand bij zijn doopnaam meekreeg, kwam in de 12 de eeuw in onze streken in gebruik.
Vooraleer de echte familienamen ontstonden, duurde het echter nog een paar eeuwen.
In de periode 12 de tot 17 de eeuw werd het gebruik van echte familienamen een vaste gewoonte, eerst in de Zuidelijke Nederlanden, later in de Noordelijke.
FAMILIENAMEN
De meeste mensen hechten nogal aan de unieke (?) schrijfwijze van hun naam.
De meeste namen hebben echter in de loop van de eeuwen een hoop gelijkwaardige varianten opgestapeld.
Deze varianten zijn wat betekenis betreft gelijkwaardig en dikwijls zijn naamdragers met die varianten dan nog familie van mekaar.
De oorsprong van familienamen is; voornamelijk terug te voeren tot een viertal bronnen:
- patronymica, beroepsnamen, namen ontleend aan lichamelijke eigenschappen en tenslotte geografische namen.
Er is ook een bijzondere groep: de vondelingennamen.
PATRONIEMEN EN METRONIEMEN
De grootste groep zijn zonder twijfel de vooroudernamen.
De meeste zijn voorVADERVOORnamen (patroniemen). Er is echter ook een kleine groep voorMOEDERVOORnamen (metroniemen).
We herkennen de patroniemen het best in namen als Janssens. Het is ook de ideale naam om de naamevolutie duidelijk te maken: Janssone – Jansseune – Janssens – Jansens – Jansen – Jans - Jan.
NAAR AFKOMST
De oorsprong van de patroniemen kan van diverse afkomst zijn: bijbels (Hebreeuws), Grieks, Latijn (Romaans), Germaans. Soms maakten Germaanse namen een omweg via het Romaanse taalgedeelte met bizarre wijzigingen in de naam. Heel wat patroniemen en metroniemen zijn dan weer ontstaan uit verkorte namen of uit zogenaamde knuffelnamen (bakervormen: die blijkbaar ook al eeuwen bestaan). Enkele voorbeelden:
BIJBELS
Marien en Mariën uit Maria (metroniem)
Peeters en Pieters uit Petrus
Mahieu uit Mattheus
Janssens en Hansen uit Joannes
Paessens uit Paschasius
Maes uit Thomas
GRIEKS
Pauwels uit Paulus
Philips uit Philippos
Marijnen uit een Griekse mar(: beroemd)-naam LATIJN
Adriaens uit Adrianus
Krijnen uit Quirinus
Dielis uit Egidius
Remmery uit Remigius
Naessens uit Ignatius of uit Donatius
Mabe uit (A)Mabelia (metroniem)
Celis, verkorte vorm uit Marcellus
GERMAANS (de grootste groep)
Imbrechts uit ‘ing-berht': God van de Ingweonen- schitterend
Arnouts uit ‘aran-walda': arend-heerser
Albrechts uit ‘athala-bertha': adel-schitterend
Boudewijns uit ‘bald-wine': moedig-vriend
Bayens: knuffelvorm uit Boudewijn
Bouds: verkorte vorm van Boudewijn
Dierickx uit ‘theud-rîk': volk-macht
Wouters, Wauters, Walters, … uit ‘walt-hari': heerser-leger
Wuyts: verkorte vorm van Wouters
Reyniers uit ‘ragin-harja': raad-leger
Er bestaan ook dubbele familienamen: Pierjans,
Er zijn patroniemen gekoppeld aan tser/ser: heer
Tserneels, Serneels, Servrancx, Serarends, Tserbruyns, …
Soms zijn patroniemen gekoppeld aan een bijnaam:
Cleynhens: kleine-Heyn
Grootjans: grote-Jan
Er zijn ook namen die zweven op de grens van patroniem en bijnaam:
Posthumus: geboren na het overlijden van de vader
Derkinderen: de kinderen van … (en de patroniem viel weg)
Derweduwe: kind van een weduwe
Je kan het zo gek niet bedenken.
Op deze manier zijn familienamen weer een stukje persoonlijke familiegeschiedenis.
BEROEPSNAMEN
Deze groep familienamen is ook vrij omvangrijk. Ze bevatten een zowat volledig palet van beroepen uit de Middeleeuwen en daarna.
Handenarbeid is de grootste groep. Sommige van die namen zijn hulpkennis voor industriële archeologie.
Ook mensen die geen handwerk deden zijn er in te vinden.
Er is ook een zeer grote groep beroepsbijnamen. Het beroep wordt hier niet vermeld. Wel één of andere activiteit/voorwerp die de bijnaam opleverde.
Sommige beroepen zijn onmiddellijk herkenbaar. Voor andere moet je in Middelnederlandse woordenboeken duiken.
Heel wat beroepsfamilienamen vinden hun oorsprong in het Franstalig landsgedeelte of in Frankrijk.
Enkele voorbeelden:
HANDENARBEID
Baerdemaeckers: scheerder, barbier
Bellemans: de omroeper
Meyer, Winnen: boer
Taillier: kleermaker, steenhouwer
De Dekker: dakdekker
De Geiter: geitenhoeder
Parmentier: bewerker van fijne stoffen
De Raemaecker: wielenmaker
De Kok: kok
Patyn: schaatsen
Colenbranders: houtskoolbrander
Schutyser: boogschutter of smid die bogen smeedt
De Kramer: kleinhandelaar, rondtrekkend verkoper
Cuypers: tonnen-, kuipenmaker
Haermaker: haarwerker, maker van dekens en stoffen
ANDERE
De Beul: beul of gerechtsbode
De Buyser: uit buser, hoornblazer
Castelein: kasteelheer, slotvoogd, plaatsvervanger van de heer, maar ook herbergier
De Borgher: erkend stadsinwoner
De Raedt: raadslid in bv. de stedelijke raad
De Ridder: ruiter, ridder
De Richter: rechter
De Kok: scherprechter, beul
De Schout: gerechtelijk ambtenaar
BEROEPSBIJNAMEN
De Cauwer: uit couwe (ton, vat), kuiper
Bonne: uit bonne (stop van vat), brouwer, kuiper, herbergier
Balk: Timmerman
Bateau: schipper
De Backer: bakker
Klomp: klompenmaker
De Baenst: uit baenst (ronde korf), manden- of bijenkorfmaker
Kaars: kaarsengieter
Vercammen: uit camme (brouwerij), brouwer
Bracke: uit bracke (jachthond), jager
De Gans: ganzenhouder
Tanghe: smid
Tas: tassenmaker
Schuit: schipper
Schrapers: huidenvetter
Kerselaers: kweker of verkoper van kersen
Harps: harpspeler
Dit is slechts een kleine greep uit het ruime aanbod aan beroepen waarmee onze voorouders zich bezighielden.
BIJNAMEN
Onze voorouders waren soms zeer scherp in het typeren van hun medebewoners.
Dit uit zich bijzonder in de familienamen die uit bijnamen ontstonden.
Soms zijn de namen zo scherp dat de huidige dragers zich bij hun familienaam niet goed voelen.
Hier is natuurlijk geen reden toe. Maar we zijn allemaal mensen …
Allerlei eigenschappen, lichamelijke en andere) kregen een neerslag in onze namen en die zijn na vele eeuwen nog boeiend.
LICHAAMSDELEN
Elk deel van het menselijk lichaam is terug te vinden in onze familienamen.
De Bruyn, De Swert, De Witte, De Roeye: naar haarkleur en soms naar kleur van de huid
Langhals, Korthals
Baert: drager van een baard
Krols: iemand met krulhaar
Blindeman: een blind iemand
Bil, Voeten: als die lichaamsdelen groter dan normaal waren
Bossu: bultenaar
Tandt: opvallende tanden
Schobbe: schurftige huid
Schellewaert: scheel iemand
LICHAAM ALGEMEEN
De Beer: uiterlijk, lichaamsbouw
Blockeel: geblokte lichaamsbouw
De Grove: ruw uiterlijk
ANDERE EIGENSCHAPPEN
De Gans: waggelende gang
De Pauw: fier iemand
Bage: uit bagel, pronkerig, ijdel
Pap: papeter
Dansaert: een speels iemand
Nachtegaal: iemand die mooi kon zingen
De Laet: horige, vrijgelaten horige
Kempers: kampvechter, kampioen
SOCIALE LEVEN
De Baere: uit baer, bloot voor een armoedelijk gekleed iemand
De Cat, De Hond, De Vos: een lenig, honds, sluw iemand
Brasser: drinkebroer
Goeghebuer, Quaghebuer
De Vriendt
Teerlynck: dobbelaar
De Kegel: kegelspeler
Cotemans: bewoner van armzalig hutje
EN DAN NOG …
Peetermans: bijnaam voor een Leuvenaar
Raspoet: iemand die veel rampspoed, miserie meemaakte
Paeps, Persoons: zoon/kind van een pastoor
De Munninck: zoon van een monnik
Je kan het zo gek niet bedenken of er bestaat wel een familienaam over.
Zoals je ziet, niets menselijk is ons vreemd.
NAMEN UIT NATUUR EN OMGEVING
De vierde groep, de geografische namen, leert ons heel wat over de omgeving waarin onze voorouders leefden
en ook wel over de eerbied en het ontzag die ze hadden voor hun leefwereld.
In deze context bespreken we alleen de namen die met ons onderwerp te maken hebben.
Bossen en bosjes waren zeker aanwezig, hun voorkomen vinden we in: Van den Bosch, Bosmans, Van Loo(y) (Loo=bos).
De in het bos veel voorkomende bomen komen terug in volgende namen:
- Verrijcken, Van Eycken,
- Verlinden, Lindemans,
- Berckmans,
- Uytterwilghen,
- Van Espen (esp=ratelpopulier),
- Van den Abeele,
- Van Es(ssche),
- Baeckx (beuk) en Haeghedoorn.
Open plekken in het bos zijn vereeuwigd in namen als Laeremans, Van Laer.
Water speelde in het leven de rol van vruchtbaarheidsbrenger, maar ook van gevaar, bedreiging: - Van den Broeck(broek = moeras), Moeremans (moer=moeras), Van Veen, - Van de Watere, Van de Vijvere, Van de Ven, Van der Sloten, Vanderiviere,
Verbeeck, Van der Vliet, Van der (Ver)Vloet, Vermeer (meer = laag gelegen weiland),
- Van de Poel, Poelmans, Puttemans, Van de Oever, Borremans (born=bron),
- Verdonck (donk=hoogte in een moerassige omgeving).De mens probeerde op dat water invloed te krijgen en het te bedwingen:
- Van Dijck, Dijckmans,
- Van de Voorde, Vervoort (voorde=doorwaadbare plaats),
- Verbruggen, Brugmans, Van den Amer.
In de loop der eeuwen ontgon de mens heel wat natuur en in hun plaats kwamen andere landschapselementen:
- Van der Heyden,
Van der Weyden, Verwey.
Ontgonnen gronden konden worden gebruikt als akkers voor de mens:
- Van den Acker, Akkermans,
- Van der Aerde,
- Van de Velde, Veltmans. Tussen die velden waren net zoals nu hagen en houtwallen als houtproducent aanwezig:
- Verhaegen, Van Hout, Verboom.
Opvallende landschapselementen als heuvels werden al snel bergen genoemd:
- Van den Heuvel, Bergmans,
- Van den Daele.
Een ander type geografische namen verwijst naar dorpen, gehuchten ... van afkomst:
- Rijmenan(mt)s, Van Rijmenant, Van Haacht, Van Keerberg(h)en, Van Mechelen, Van Leuven, ...
Veel van de namen die genoemd zijn, herkennen we nog in ons landschap, in onze omgeving.
Een reden om die landschapselementen te bewaren ?
VONDELINGENNAMEN
Achter elke vondelingennaam zit het drama van een vrouw, een meisje,
haar ouders en van het kind als het begrip kreeg van zijn uitzonderlijke situatie.
Vondelingen zijn er wellicht zolang er mensen zijn.
Het fenomeen vondeling is niet zo zeldzaam.
Iemand die stamboomonderzoek doet stoot onvermijdelijk op een aantal doodlopende vondelinglijnen.
In het geven van die vondelingenfamilienamen zitten bepaalde wetmatigheden. Die proberen we in het hier volgende gedeelte vorm te geven.
De hieronder vermelde namen zijn niet uitsluitend vondelingennamen.
Sommige van die namen komen ook bij de andere gewone familienamen voor.
LOGISCHE OF REËLE NAMEN
Naar de vindplaats
Vondelinghs, Vindelinckx, Verbruggen, Van Steenweghe, Vlaminx (gev. in de Vlamingenstraat), Van Brusselen, Van den Casteele, Van der Tonnen, Van Campenhout (gevonden op weg naar …), Van Buyten (de wallen), Voorder (verder), Portael, Kerkstoel, Oevers, Gracht, Hoek, De Ridder (Ridderstraat), Van de Vaert, Ketteken (Kattestraat), Van Achter, Verpoorten, Pilaer, Cloosters, Leeuwens (aan huis de Leeuw)
bv: te Zemst (net bezuiden Mechelen) leeft er nog altijd een familie Indegracht !!
Naar het tijdsmoment
Maenlicht, Nachtbol, Van de Bel (op het moment dat de bel ging), Enckel, Dobbel, Tripel (volgorde van vinden op dezelfde dag), Clepels, Bellens, Sluytmans, Laetens, Keirs, Duyster, Vangenachten, Van Seven, Van Elf, Mars (maart), Maendag, Negenaer (de negende…), Paeschnacht, Kerstens, Kermis, Winters
Naar de weersomstandigheden
Vanderwinden, Verplas, Koudt, Nevel, Oostwindt, Regenplas, Eysel, Sneeuwer, Droog, Groenegras, Steens
Naar de vinder
Dikwijls kreeg het kind de familienaam/beroep van de vinder: Beckers, Portier, Coster.
Maar evengoed: Peeters, Janssens, Mertens, …
Kenmerken van het kind
De Scheeuwer, Bleckaert (bloot gevonden), Petit (klein), Onverwacht, Vremdelincx, Windel, Kael, Vuil, Cleyn, Dickbol, Bruynaert, Van de Munte (een munt in de windel)
OPGELEGDE NAMEN
Soms liet de ouder(s) een familienaam (en één of ander kenmerk) achter op het kind. Die naam was meestal verzonnen. Het was echter wel de bedoeling dat het kind later (als de ouder(s) het beter had) aan de hand van die naam teruggevonden kon worden en opgeëist. Of dit veel gebeurde ?
FANTASTISCHE NAMEN
De pastoor en de ambtenaar van de burgerlijke stand lieten zich bij de naamgeving soms wel eens gaan.
Met alle gevolgen vandien.
Banck, Pickel, Trap, Stoel
Kerck, Graf, Schup, Steel, Grafsteen
Spel, Troef, Koeck
Blauw, Wittens, Swertens, Groen, Violet
Gruys, Kalk, Traweel, Steen
Kelder, Keucken, Solder, Schaillie, Dack, Craen, Kamer
Ongemack, Gemack
Verloren, Arbeidt
Oost, West, Noort, Zuyden
Keerse, Kandelaer, Snutter
Wint, Molen, Radt, Zeyl, Spil
Citroen, Appelcien, Grenaet, Milloen, Oranie, Ananas
Wortel, Struyck, Tack, Bladt, Plant, Vrucht, Bot.
Bv: te Leuven had men in het Ancien Regime de gewoonte naamgeving te doen op basis van een
vooraf gekozen gebed zodat je ook de vreemdste naamgevingen had.
Pagina afdrukken |